NAME

Question types


Start with


Question limit

of 280 available terms
(3 exact duplicates found)

Print test

280 True/False questions

  1. Waar kom je vandaan? - Waar komt u vandaan? (polite)Can I help you?

          

  2. Kan ik met je oefenen - kan ik met u oefenen? (polite form)Can I practice with you?

          

  3. Leuk met je gesproken te hebben! - Leuk met u gesproken te hebben!Can I help you?

          

  4. ZijHim

          

  5. Hoe lang duurt het om daar te komen?How are you? (polite)

          

  6. DuurFour

          

  7. Kan ik je helpen? - Kan ik u helpen? (polite form)Can you repeat please?

          

  8. Heb je kinderen?Are you crazy?

          

  9. Ik woon in de Verenigde Staten/NederlandI like Dutch

          

  10. (dat is) Waardeloos!It's urgent!

          

  11. Ik ben misselijkI feel sick

          

  12. Ik wens je het beste! - Ik wens u het beste! (polite)Accept my best wishes

          

  13. DanThen

          

  14. Rennen!Run!

          

  15. BusstationBus station

          

  16. Een ogenblik alsjeblieft! - Een ogenblik alstublieft! (polite form)One moment please!

          

  17. Wat uitdrukkingenIt's cold (weather)

          

  18. Gelukkig nieuw jaar!Nothing new

          

  19. Geeft niet! / Hindert niet?No problem!

          

  20. Ik drink geen alcoholI don't drink alcohol

          

  21. Werkelijk? / Echt?Look!

          

  22. DrieThree

          

  23. Graag gedaan!Today

          

  24. NegenRun!

          

  25. Mijn God!Nine

          

  26. Wat is dit?What is this?

          

  27. Eet smakelijk!Enjoy! (or: bon appetit)

          

  28. SlechtSeven

          

  29. Dit is onzin!This is nonsense! (or: this is craziness)

          

  30. Uitdrukkingen in de de horeca en op reisHotel Restaurant Travel Phrases

          

  31. In de winkelShopping Expressions

          

  32. Ik vind het/hem echt leuk!I really like it!

          

  33. Jouw Nederlands is goedYour Dutch is good

          

  34. Is er nog nieuws?Is that right?

          

  35. s MorgensIn The Morning

          

  36. Ga rechtdoorGo straight

          

  37. Ik ben zo terug!I missed you

          

  38. Heet / warmOh gosh! (when making a mistake)

          

  39. ZevenSeven

          

  40. RomantiekThat

          

  41. Het is ver hiervandaanIt's 3 o'clock

          

  42. Hoe gaat het met je?I don't know!

          

  43. Waar?Where?

          

  44. Ik moet gewoon oefenenI just need to practice

          

  45. Dat kan ik je aanwijzen! - Dat kan ik u aanwijzen! (polite form)Can you help me?

          

  46. Ik ben single (ik ben alleenstaand)I'm not from here

          

  47. Duvel op!Get lost! (or: go away!)

          

  48. Ik heb hongerIn the evening

          

  49. Bel de politie!Call a doctor!

          

  50. Ver (weg)Are you crazy?

          

  51. Welkom!Welcome! (to greet someone)

          

  52. Goed, dank je! - Goed, dank u!I'm fine, thank you!

          

  53. GoedkoopCheap

          

  54. Het doet hier pijnIt hurts here

          

  55. Haast je! / Schiet op!Hurry up!

          

  56. Hallo vriend!Good bye!

          

  57. In het centrumDowntown (city center)

          

  58. MorgenTomorrow

          

  59. Leuk je te hebben ontmoet! - Leuk u te hebben ontmoet!It was nice meeting you!

          

  60. sorry! / pardon! (more formal)Sorry! (or: I beg your pardon!)

          

  61. De heer.../ Mevrouw... / JuffrouwMr.../ Mrs. .../ Miss...

          

  62. Hij is er niet!He is not here

          

  63. Geen nieuwsNothing new

          

  64. Goede reis! / Goeie reis!Good evening!

          

  65. De cultuur en het lang waren heel interessantNo problem!

          

  66. Bevalt het je hier? - Bevalt het u hier? (polite)Do you like it here?

          

  67. Hoe oud ben je?How old are you?

          

  68. SnelFast

          

  69. Succes!Fast

          

  70. Een (klein) beetjeHappy birthday!

          

  71. Heb je ook foto's van jezelf?Are you free tomorrow evening?

          

  72. Ik heb geen wisselgeld (geen kleingeld)I had a good time with you

          

  73. Je bent heel bijzonderYou're very special!

          

  74. Dit is te duurThis is too expensive

          

  75. Ik heb geen interesse!Downtown (city center)

          

  76. Het is heet / Het is warmIt's far from here

          

  77. Heeft u nog kamers beschikbaar?I have a reservation (for a room)

          

  78. Om hulp en naar de weg vragenAsking for Directions

          

  79. Ik ben het met je eens - Ik ben het met u eensI agree with you

          

  80. Ik heb je gemistI'm hungry

          

  81. Binnen!Take this! (when giving something)

          

  82. Waar is de dichtstbijzijnde apotheek?Where is the closest pharmacy?

          

  83. Met douche/ Met badkamerWith shower / With bathroom

          

  84. VoedselvergiftigingIt's freezing (weather)

          

  85. Gefeliciteerd!Happy birthday!

          

  86. Leuk je te ontmoeten! - Leuk u te ontmoeten! (polite)Nice to meet you!

          

  87. Gaat het?Her

          

  88. Wat betekent dat woord in het Engels?What's the name of this dish?

          

  89. DatThat

          

  90. Prettig weekend!Hello my friend!

          

  91. De oude binnenstadWhat time is it?

          

  92. Vliegveld / LuchthavenAirport

          

  93. NuNow

          

  94. Een prettige vakantie!You will be okay!

          

  95. Waar woon je? - Waar woont u? (polite)Where do you live?

          

  96. Hoe zeg je "thank you" in het Nederlands?How do you say "thanks" in Dutch?

          

  97. Accepteert u creditcards?How much will it cost?

          

  98. Goedenavond! / Goeienavond!Good evening!

          

  99. Ik zou je graag uitnodigen om te komen etenI will try my best to learn

          

  100. Het vriestIt's freezing (weather)

          

  101. Hoe kom ik (daar, in die stad)?He is not here

          

  102. Dank je wel! - Dank u wel! (polite form)Can I help you?

          

  103. KleinGood

          

  104. Ik ben getrouwdIs it within walking distance?

          

  105. ZesSix

          

  106. s AvondsIn the evening

          

  107. Bel een dokter!Call the ambulance!

          

  108. Vergeet niet om me zo nu en dan terug te schrijvenNo problem!

          

  109. Je bent heel aardigYou're very kind!

          

  110. Kijk!Here

          

  111. Hoeveel kost het per nacht?What is the charge per night?

          

  112. IkMe (ie. Who did this? - Me)

          

  113. VuilThree

          

  114. Het is een makkelijke taalIt's an easy language

          

  115. VijfThem

          

  116. TweeGood

          

  117. Ik weet het niet!I don't know!

          

  118. Is dat goed?Is that right?

          

  119. Niet zo goedNot so good

          

  120. Proost! / Op je gezondheid! - Op uw gezondheid! (polite)Where are you from?

          

  121. Mijn hart spreekt de taal der liefdeMy heart speaks the language of love

          

  122. Dit is mijn vrouwI like you

          

  123. Ik eet geen varkensvleesI don't know!

          

  124. Help!Help!

          

  125. En jij?And you? (friendly)

          

  126. O, dat is mooi!This is nonsense! (or: this is craziness)

          

  127. Ik kijk even rondI'm hungry

          

  128. Ik ben (eenentwintig, tweeëndertig) jaar oudI'm (American/ Dutch)

          

  129. Heb je zin om te gaan wandelen?Call the ambulance!

          

  130. Ik vind het niet lekkerI don't like it

          

  131. s NachtsAt Night

          

  132. Ik zal mijn best doen om het te lerenI will try my best to learn

          

  133. EenOne

          

  134. Ik ben leraar/ben student/ingenieurI'm a (teacher/ student/ engineer)

          

  135. Ik zou graag jouw land nog eens bezoekenYour Dutch is good

          

  136. BegroetingGreeting

          

  137. Tot gauw!See you soon!

          

  138. Geef hier!Take this! (when giving something)

          

  139. Hij is grappigHe is funny

          

  140. Kijk uit!Watch out! (or: be alert!)

          

  141. Hoe heet dat in het Nederlands? / Hoe noem je dat in het Nederlands?The culture and people were very interesting

          

  142. Hoeveel kost dat?Cheap

          

  143. Nederland is een prachtig landLeave me alone!

          

  144. OngelukTwo

          

  145. Ik hou van jeI'm thirsty

          

  146. Kun je dat herhalen? - Kunt u dat herhalen? (polite form)Can you write it down?

          

  147. Nog een prettige dag!I will be right back!

          

  148. VierFour

          

  149. Goedenavond! (also means:) Welterusten!Good night!

          

  150. Dit is mijn manThis is my husband

          

  151. Sorry!Sorry (for a mistake)

          

  152. Afscheid nemenFarewell Expressions

          

  153. Ik heb dorstI missed you

          

  154. Welterusten en slaap lekker!It is very delicious!

          

  155. Je ziet er prachtig uit! - u ziet er prachtig uit! (polite form)You have a beautiful name

          

  156. Ik wil graag een kamer voor niet-rokersI would like a non-smoking room

          

  157. Hoe?Six

          

  158. Ben je getrouwd? - Bent u getrouwd? (polite form)Accept my best wishes

          

  159. JaMe (ie. Who did this? - Me)

          

  160. Hoe laat is het?What time is it?

          

  161. Kun je het opschrijven? - Kunt u het opschrijven? (polite form)Can I help you?

          

  162. TienTen

          

  163. Ik ben heel gelukkigI'm very happy

          

  164. Stop!Clean

          

  165. Gelukkig kerstfeest!Happy new year!

          

  166. NulNo

          

  167. Sla linksaf / Ga linksafTurn right

          

  168. Doe Thomas de groeten van mijGood evening!

          

  169. Beste JanDear John

          

  170. OnsThis

          

  171. Spreek je Engels? - Spreekt u Engels? (polite) ? Nederlands?Do you speak (English/ Dutch)?

          

  172. Ik heb het leuk bij je gehadI had a good time with you

          

  173. Het is hier dichtbijThis is too expensive

          

  174. Wie?What?

          

  175. Ik probeer Nederlands te lerenYour Dutch is good

          

  176. Lang niet gezienLong time no see

          

  177. Wil je met me trouwen?Leave me alone!

          

  178. Is dat verkeerd?Is that wrong?

          

  179. Brand!Fire!

          

  180. Goede middag! / Goeie middag !Good afternoon!

          

  181. Ik heb een kamer gereserveerdI'm vegetarian

          

  182. Ik vind je leukI like you

          

  183. HierFour

          

  184. Jeetje!Help!

          

  185. HijHim

          

  186. Kunnen we afrekenen?Can we have the check please?

          

  187. Jezelf voorstellenOh gosh! (when making a mistake)

          

  188. Wat moet ik (dan) zeggen?I just need to practice

          

  189. Waarom?Why?

          

  190. Kan ik je telefoonnummer krijgen?Can I have your phone number?

          

  191. Ober / juffrouw!This is my wife

          

  192. Kun je me dat aanwijzen? - Kunt u me dat aanwijzen? (polite form)I can show you!

          

  193. Mijn Nederlands is slechtMy Dutch is bad

          

  194. Ik wil graag een auto hurenI'd like to rent a car

          

  195. Tot ziens!It's freezing (weather)

          

  196. KoudCold

          

  197. Wat is er met jou (aan de hand)?Would you marry me?

          

  198. En u?And you? (friendly)

          

  199. Graag gedaan! / Tot je dienst! - Tot uw dienst! (polite)You're welcome! (for "thank you")

          

  200. Ik kom uit de Verenigde Staten/NederlandI'm from (the U.S/ the Netherlands)

          

  201. Een tafel voor (één persoon/twee personen) alstublieft!A table for (one / two) please!

          

  202. Sla rechtsaf / Ga rechtsafTurn right

          

  203. VandaagHer

          

  204. TreinstationTrain station

          

  205. Laat me met rust!It's 3 o'clock

          

  206. Hier!Look!

          

  207. Gefeliciteerd!Congratulations!

          

  208. Ik begrijp het niet!Shopping Expressions

          

  209. Ik zoek de heer SmithI'm lost

          

  210. When?Where?

          

  211. Je hebt een mooie naam - u hebt een mooie naam (polite)You have a beautiful name

          

  212. Weet je het zeker? - Weet u het zeker? (polite form)Are you married?

          

  213. Wat?What?

          

  214. Kom maar mee!Are you okay?

          

  215. Houd de dief!Thief!

          

  216. Ben je gek?In The Morning

          

  217. Tot ziens/Tot kijk! / Doei! (familiar!)I'm fine, thank you!

          

  218. Het komt goed met je!How old are you?

          

  219. Hoe gaat het met u?How are you? (polite)

          

  220. DaarThere

          

  221. Hoe heet dit gerecht?What's the name of this dish?

          

  222. Is het te lopen?Is it within walking distance?

          

  223. Jij spreekt zonder accentYou don't have an accent

          

  224. SchoonClean

          

  225. Ik ben vegetariërI will be right back!

          

  226. Maak het je gemakkelijk! - Maak het u gemakkelijk! (polite)Make yourself at home!

          

  227. Wat zeg je in geval van nood?What should I say?

          

  228. Het is heel erg lekker!It is very delicious!

          

  229. Tot morgen!See you soon!

          

  230. Ik meen het serieusI don't understand!

          

  231. Kan ik je emailadres krijgen?Can I have your email?

          

  232. Beste wensen!Best wishes!

          

  233. HaarWhere?

          

  234. Gezondheid!Give me this!

          

  235. Meneer! (male)/ Mevrouw! (female)Excuse me! (before asking someone)

          

  236. Blijf even aan de lijn! - Blijft u even aan de lijn alstublieft!Hold on please! (when on the phone)

          

  237. Hallo!/Hi!Oh gosh! (when making a mistake)

          

  238. Hoeveel kost dit?How are you? (polite)

          

  239. Ik moet nu gaan / Ik moet nu wegI have to go

          

  240. Het is dringend!It's 3 o'clock

          

  241. Ik ben Amerikaan/ NederlanderIs that wrong?

          

  242. Ik ben hier voor zaken / op vakantieI'm here on business /on vacation

          

  243. Wat doe je voor je beroep? - Wat doet u voor uw beroep? (polite)You're welcome! (for "thank you")

          

  244. Heb je begrepen wat ik zei? - Hebt u begrepen wat ik zei? (polite form)Did you understand what I said?

          

  245. Ik ben de weg kwijtI feel sick

          

  246. Jij - u (polite form)You

          

  247. Ik heb een dokter nodigI need a doctor

          

  248. GrootBig

          

  249. Mijn uitstapje/tochtje (=short) / reis (=longer)My trip was very nice

          

  250. Ik maak maar een grapjeI'm just kidding

          

  251. DichtbijNear

          

  252. GoedGood

          

  253. Het is 3 uurThis is nonsense! (or: this is craziness)

          

  254. Maak je geen zorgen!I will be right back!

          

  255. Iemand iets toewensenI don't like it

          

  256. DitThis

          

  257. LangzaamThere

          

  258. Het is een moeilijke taalIt's hot (weather)

          

  259. Ik spreek met een accentI'm lost

          

  260. GisterenTen

          

  261. Korte uitdrukkingen en woordenI'm just looking

          

  262. Mijn naam is..../ Ik heet....Solving a Misunderstanding

          

  263. Rustig!Run!

          

  264. zo-zo / matigRomance and Love Phrases

          

  265. Hoe heet je! - Hoe heet u? (polite) / Hoe is je naam? - Hoe is uw naam? (polite)What's your name?

          

  266. Is deze stoel vrij?Is this seat taken?

          

  267. Ik kom hier niet vandaanI'm not from here

          

  268. AchtBad

          

  269. Bel een ziekenwagen!Call a doctor!

          

  270. Kun je langzaam spreken? - Kunt u langzaam spreken? (polite form)Where are you from?

          

  271. Kun je me helpen? - Kunt u me helpen? (polite form)Can you repeat please?

          

  272. Vind je het leuk?Do you like it?

          

  273. Ik vind Nederlands leukI like Dutch

          

  274. Kun je me meer over jezelf vertellen? - Kunt u meer over uzelf vertellen? (polite)Can you tell me more about you?

          

  275. Het is koudIt's cold (weather)

          

  276. TaxiYes

          

  277. Goede morgen! /Goeie morgen! / Morgen!Are you free tomorrow evening?

          

  278. Ben je morgenavond vrij?Do you have children?

          

  279. Een misverstand oplossenSolving a Misunderstanding

          

  280. NeeNo